Pandemie in Weesp, van Zwarte Dood tot Spaanse Griep

Terwijl Weesp stilvalt vanwege de maatregelen rondom het coronavirus, is het niet de eerste keer dat de stad wordt bezocht door een pandemie. Een mooi moment om de geschiedenisboeken eens na te slaan over de ziektes door de eeuwen heen; van Zwarte Dood tot Spaanse Griep.

Ik kan het niet genoeg zeggen, maar op het gebied van Weesper geschiedschrijving, zijn de boeken van Aukje en Gjalt Zondergeld onvervangbaar. Het uitputtende onderzoek van dit echtpaar ontsluit een heleboel kennis over de stad. Driewerf hulde.

Zwarte Dood
De eerste echte pandemie die in de moderne geschiedenis Weesp bereikt is de pest, de Zwarte Dood. Waarschijnlijk zijn er voor die tijd wel meer grote ziekten geweest, maar bij de Zwarte Dood kunnen we voor het eerst terugvallen op betrouwbare bronnen. De ziekte heerst vanaf de 14de eeuw. In die eeuw vallen ook de meeste slachtoffers.

In Weesp weten we dat in november 1421 de pest uitbrak. Dat gebeurde tegelijkertijd met een hongersnood die was veroorzaakt door de St. Elizabethsvloed. Rondom Weesp waren de dijken ernstig beschadigd. Uit overlevering en tekeningen weten we dat de Zwarte Dood gepaard ging met builen (zwelling van de lymfeklieren), waardoor er nu algemeen wordt aangenomen dat het om de builenpest ging. Zonder behandeling overleeft minder dan 40% van de geïnfecteerde personen.

De Pest in Phrygië, door Marcantonio Raimondi, naar Rafaël, 16de eeuw (Wikimedia)

Het moeten geen beste jaren zijn geweest, die 15de eeuw. We weten dat in heel Holland de bevolking met een kwart daalde. In 1494 telde Weesp volgens een telling 200 ‘haardsteden’ (red: grotere huizen), waarvan er 80 leegstonden. Bijna 20 jaar daarvoor waren het er nog 220 en daarvan waren de meeste bewoond.

In een van de kloosters van Weesp, het Oude Convent, werden in de maanden februari, maart en april van 1494 het opmerkelijk hoge aantal van acht doden geregistreerd, waarschijnlijk door de pest.

In een telling telt Weesp in 1514 nog maar 600 inwoners. Een groot deel van de stad was de verlaten. Dit kwam door hongersnoden, oorlog en de Zwarte Dood.

De Zwarte Dood maakt haar rentree in de geschiedenisboeken rond 1630. Het gasthuis (ziekenhuis) van Weesp blijkt in die jaren te klein voor het hoge aantal pestlijders, veroorzaakt door rondtrekkende soldaten.

Vijf jaar daarvoor, in 1625, vordert het stadsbestuur vier van de acht huizen in de Wolleweversbuurt om ‘personen die met kwade ziekte beladen’ te huisvesten. Deze huisvesting voor mensen met pest wordt in ieder geval gebruikt in 1629 (zieke soldaten) en 1635.

Wij lezen dat personen die in de huizen doodgaan aan de pest in de tuinen van de huizen begraven moesten worden om verspreiding te voorkomen. Enkele jaren geleden zijn de tuinen van de Wolleweversbuurt gesaneerd vanwege zware metalen in de grond. Er was toen de verwachting dat er mogelijk ook menselijke resten zouden worden gevonden vanwege dit verhaal. Dat is niet gebeurd.

De Wolleweversbuurt, in de 17de eeuw stonden hier pesthuizen. (foto: auteur)

Cholera
We maken een sprong in de tijd om in de 19de eeuw uit te komen om te lezen over de volgende epidemie: de cholera. Om even een beeld te schetsen: Weesp was sinds de 17de eeuw niet zo gek veel veranderd, we weten dat er in de stad rond 1839 ongeveer evenveel mensen wonen als in 1613: circa 1500.

Weesp wordt vanaf 1830 twee keer getroffen door een cholera-epidemie. Cholera is een infectieziekte veroorzaakt door een bacterie. Het belangrijkste kenmerk van de ziekte is ernstige diarree en uitdroging. Cholera wordt veroorzaakt door slecht drinkwater. In 85 procent van de gevallen verloopt de ziekte zonder symptomen. Maar als de symptomen zich wel voordoen, kan de ziekte ernstige gevolgen hebben.

Van de uitbraak in 1846 zijn cijfers bekend. Zo worden in 1848 59 mensen in Weesp geboren, maar overlijden er 105 (waarvan 42 kinderen) en in 1849 zijn er 196 doden te betreuren tegen 89 geborenen. Van die 196 doden zijn er 50 kinderen.

De Weesper dokter Epkema schrijft in zijn verslag in augustus 1849 dat de ziekte in Weesp snel om zich heen slaat en dat het vervoer naar een ziekenhuis geen enkele zin heeft omdat de patient vaak snel overlijdt.

Om het grote aantal zieken te verzorgen wordt het lokaal van de Schutterswacht ingericht. Dit, inmiddels, gesloopt gebouwtje stond op de pleintje naast het stadhuis.

Cholera wordt in de tweede helft van de 19de eeuw snel ingedamd door de aanleg van goede drinkwatervoorzieningen.

We beschrijven hier alleen maar de pandemieën, maar we weten dat er veel meer enge ziekten de ronde deden in de tijd. In de boeken lees je verwijzingen naar rode hond, mazelen, roodvonk, tyfus en tuberculose. Ze namen nooit de vorm van een pandemie aan, maar waren wel erg dodelijk.

Het gesloopte gebouw van de Schutterswacht naast het stadhuis. Rond 1850 noodziekenlokaal. (Foto: archief C. Draijer)

Spaanse Griep
De Spaanse griep was een beruchte griep-pandemie uit de jaren 1918-1919. Deze wereldwijde epidemie eiste naar schatting 20 tot 100 miljoen levens, een aantal dat het totale dodental van de Eerste Wereldoorlog ruimschoots overtreft.

Het meest bevreemde van de Spaanse griep was de groep mensen waarin de mortaliteit het hoogst was. De gangbare risicogroepen bij de jaarlijkse “gewone” griepgolven zijn bejaarden en jonge kinderen. De Spaanse griep echter, had de hoogste mortaliteit in de leeftijdsgroep 14- tot 21-jarigen.

Ook in Weesp eist de griep levens. Onder meer de pas benoemde predikant van de hervormde kerk, ds. Klaas Olivier, komt in het najaar van 1918 om het leven. Verzwakte Weesper kinderen worden met steun van de gemeente naar een vakantiekolonie in Egmond aan Zee gezonden.

Wat voor ons nu niet meer voor te stellen is, is dat de verpleging van de zieken in die tijd grotendeels in handen van de kerkelijke gemeenten was. De kerk had een efficiënt systeem van wijkverpleging voor zieken, bejaarden en kraamvrouwen met pasgeborenen.

Het is niet bekend hoeveel Weespers bezweken aan de Spaanse Griep, maar gezien de landelijke trend moet dat een flink aantal zijn geweest. De ziekte verdween in 1919 weer net zo snel als deze verscheen. De virussen waren milder geworden en mensen resistenter.

Daarmee kwam er een eind aan de laatste pandemie die Weesp trof. Tenminste, tot het coronavirus in Weesp iemand ziek maakt. Want op het moment van schrijven is dat nog niet gebeurd.

Ziekenzaal ten tijde van de Spaanse Griep. Foto Wikimedia.

Bronnen:
Geschiedenis van Weesp, Deel I (Aukje Zondergeld)
blz. 30, 33, 43, 69, 73, 135,146

Geschiedenis van Weesp, Deel II (Aukje en Gjalt Zondergeld)
blz. 126, 127

Een kwestie van goed bestuur (twee eeuwen armenzorg in Weesp), Aukje Zondergeld

2 comments / Add your comment below

Laat een reactie achter aan George Hoogervorst Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *